Laatst bijgewerkt: september 2026
Vanaf 1 januari 2027 verandert er veel voor werkgevers die een benzine-, diesel- of hybride auto aan werknemers ter beschikking stellen. Voor nieuwe fossiele personenauto’s die ook privé of voor woon-werkverkeer worden gebruikt, gaat de werkgever in veel gevallen een pseudo-eindheffing van 12% van de cataloguswaarde per jaar betalen.
Dat kan om duizenden euro’s per auto per jaar gaan.
Er is echter een belangrijke overgangsregeling. Een fossiele personenauto die vóór 1 januari 2027 voor het eerst aan een werknemer ter beschikking is gesteld, blijft tot 17 september 2030 buiten de pseudo-eindheffing.
Wie in 2026 nog een benzine- of hybride leaseauto overweegt, doet er daarom goed aan nu al naar de timing te kijken.
Volgens de Rijksoverheid is de nieuwe heffing bedoeld om werkgevers vanaf 2027 sterker richting volledig emissievrije personenauto’s te bewegen.
De belangrijkste punten:
De regeling gaat in op 1 januari 2027.
De werkgever betaalt 12% van de cataloguswaarde per jaar.
De heffing geldt voor personenauto’s die niet volledig emissievrij zijn.
Benzine, diesel, hybride én plug-in hybride kunnen er dus onder vallen.
Woon-werkverkeer wordt voor deze regeling gezien als privégebruik.
Volledig elektrische auto’s vallen niet onder de pseudo-eindheffing.
Voor auto’s die vóór 1 januari 2027 voor het eerst ter beschikking zijn gesteld, geldt overgangsrecht tot 17 september 2030.
De leasevorm bepaalt niet zelfstandig of de heffing geldt; de manier waarop de auto door een werkgever aan een werknemer ter beschikking wordt gesteld is doorslaggevend.
Hieronder leggen we uit wat dat concreet voor jouw bedrijf en leasekeuze betekent.
De pseudo-eindheffing is een nieuwe heffing binnen de loonbelasting. De regeling is onderdeel van het Belastingplan 2026 en moet ervoor zorgen dat werkgevers bij nieuwe zakelijke personenauto’s vanaf 2027 vaker kiezen voor een volledig elektrische auto.
De regeling richt zich op werkgevers die een niet-emissievrije personenauto aan een werknemer ter beschikking stellen en toestaan dat deze ook privé of voor woon-werkverkeer wordt gebruikt.
Belangrijk daarbij is dat de pseudo-eindheffing naast de normale bijtelling bestaat.
Bijtelling is in beginsel een fiscale last voor de werknemer vanwege het privégebruik van de auto van de zaak. De pseudo-eindheffing is juist een heffing voor de werkgever.
Het gaat dus om twee verschillende regelingen.
De wet kijkt naar fossiele personenauto’s waarvan uit het kentekenregister niet blijkt dat de CO₂-uitstoot 0 gram per kilometer is.
Dat betekent dat de regeling onder andere kan gelden voor:
| Type auto | Pseudo-eindheffing vanaf 2027? |
|---|---|
| Benzine | Ja |
| Diesel | Ja |
| Hybride | Ja |
| Plug-in hybride (PHEV) | Ja |
| Volledig elektrisch | Nee |
| Waterstof / volledig emissievrij | Nee |
Ook een plug-in hybride die een groot deel van de dagelijkse kilometers elektrisch kan rijden, is voor deze regeling dus niet hetzelfde als een volledig elektrische auto.
De pseudo-eindheffing is gericht op personenauto’s, in het bijzonder voertuigen met een M1-classificatie.
Een reguliere bestelauto of bedrijfswagen met een andere voertuigclassificatie valt daardoor niet automatisch onder deze pseudo-eindheffing. Bij voertuigen die zowel als personenauto als bedrijfswagen kunnen voorkomen, is de voertuigclassificatie belangrijk.
Het tarief bedraagt 12% van de cataloguswaarde per jaar.
Daardoor kunnen de extra werkgeverslasten snel oplopen:
| Cataloguswaarde | Pseudo-eindheffing per jaar | Omgerekend per maand |
|---|---|---|
| €30.000 | €3.600 | €300 |
| €40.000 | €4.800 | €400 |
| €50.000 | €6.000 | €500 |
| €60.000 | €7.200 | €600 |
| €75.000 | €9.000 | €750 |
Bij een wagenpark van bijvoorbeeld tien fossiele personenauto’s met ieder een cataloguswaarde van €40.000 kan dat theoretisch neerkomen op €48.000 extra werkgeverslasten per jaar wanneer alle auto’s onder de regeling vallen.
De leaseprijs alleen vertelt vanaf 2027 dus niet meer het volledige verhaal. Voor werkgevers wordt het steeds belangrijker om naar de totale kosten van een auto te kijken.
Hier zit voor veel werkgevers het belangrijkste onderdeel van de regeling.
Voor fossiele personenauto’s die een werkgever vóór 1 januari 2027 voor het eerst ter beschikking heeft gesteld, geldt overgangsrecht. Voor deze auto’s hoeft de werkgever tot 17 september 2030 geen pseudo-eindheffing te betalen.
Dat maakt 2026 een belangrijk beslismoment voor bedrijven die de komende jaren nog benzine- of hybride auto’s in hun wagenpark willen houden.
Hierbij is één nuance essentieel.
Voor de overgangsregeling wordt gekeken naar het moment waarop de auto daadwerkelijk voor het eerst aan een werknemer ter beschikking is gesteld.
Een leasecontract ondertekenen op 20 december 2026 terwijl de auto pas in januari 2027 wordt geleverd en ter beschikking wordt gesteld, betekent dus niet automatisch dat de auto onder het overgangsrecht valt.
Wil je gebruikmaken van de overgangsregeling, dan is vooral de daadwerkelijke beschikbaarheid van de auto vóór 1 januari 2027 relevant.
Dat maakt levertijd bij een nieuwe auto aan het einde van 2026 extra belangrijk.
Bekijk daarom tijdig onze direct beschikbare nieuwe auto’s en jong gebruikte occasions wanneer je nog vóór 2027 een voertuig wilt inzetten.
Ja, dat kan. Maar niet simpelweg omdat je voor Financial Lease kiest.
Bij Financial Lease financier je de aanschaf van een zakelijke auto en wordt het voertuig onderdeel van je onderneming. Voor de pseudo-eindheffing is echter vooral belangrijk wie de auto aan wie ter beschikking stelt.
Heb je bijvoorbeeld een BV die een benzineauto via Financial Lease aanschaft en deze vanaf 2027 ook voor woon-werkverkeer of privégebruik aan een werknemer ter beschikking stelt? Dan kan de BV pseudo-eindheffing verschuldigd zijn.
Ook een DGA die via zijn BV een fossiele personenauto ter beschikking krijgt, kan onder de regeling vallen.
Wil je eerst weten hoe de financieringsvorm precies werkt? Lees dan wat Financial Lease is en hoe het werkt.
Voor bedrijven met meerdere voertuigen kan het daarnaast verstandig zijn om de impact niet per auto, maar voor het volledige wagenpark door te rekenen. Bekijk daarvoor ook onze mogelijkheden voor Financial Lease voor het MKB.
Voor een ondernemer in de inkomstenbelasting ligt dit anders.
Een zzp’er met een eenmanszaak heeft voor zijn eigen auto geen werkgever-werknemerrelatie met zichzelf. De pseudo-eindheffing in de loonbelasting is daarom niet op dezelfde manier van toepassing op een IB-ondernemer die zelf in zijn zakelijke auto rijdt.
Dat betekent niet dat er geen andere fiscale regels gelden, zoals bijtelling bij privégebruik. Maar de nieuwe pseudo-eindheffing van 12% is iets anders.
Ook bij Operational Lease draait het uiteindelijk om de terbeschikkingstelling door de werkgever.
Als een werkgever vanaf 2027 via Operational Lease een benzine-, diesel- of hybride personenauto aan een werknemer ter beschikking stelt voor privégebruik of woon-werkverkeer, kan de pseudo-eindheffing gelden.
De belastingplicht ligt daarbij bij de werkgever. Het feit dat de leasemaatschappij juridisch eigenaar van de auto is, neemt de pseudo-eindheffing voor de werkgever niet weg.
Overweeg je voor meerdere medewerkers een nieuwe leaseconstructie? Bekijk dan ook onze mogelijkheden voor Operational Lease.
Een opvallend onderdeel van de nieuwe regeling is de behandeling van woon-werkverkeer.
Voor de reguliere bijtelling wordt woon-werkverkeer als zakelijk verkeer gezien. Voor de pseudo-eindheffing heeft de wetgever bewust een andere keuze gemaakt: woon-werkverkeer wordt voor deze regeling aangemerkt als privégebruik.
Een auto hoeft dus niet noodzakelijk te worden gebruikt voor weekendritten of vakanties om binnen de pseudo-eindheffing te vallen.
Wordt een fossiele personenauto vanaf 2027 aan een werknemer ter beschikking gesteld en mag deze werknemer ermee tussen huis en werk reizen? Dan kan dat al voldoende zijn om de pseudo-eindheffing van toepassing te laten zijn.
De pseudo-eindheffing is wettelijk een werkgeversheffing.
Het is niet toegestaan om specifiek deze heffing via bijvoorbeeld een hogere eigen bijdrage op de werknemer af te wentelen. Dat maakt de regeling voor werkgevers financieel relevanter dan een verhoging die simpelweg kan worden verwerkt in het mobiliteitsbudget van de werknemer.
Juist daarom is het verstandig om vóór nieuwe leasecontracten de Total Cost of Ownership van fossiele en elektrische alternatieven naast elkaar te zetten.
Dat hangt af van de situatie.
De invoering van de pseudo-eindheffing betekent niet dat een benzine- of hybride auto vanaf 2027 verboden wordt. Werkgevers behouden de mogelijkheid om zo’n auto ter beschikking te stellen. De fiscale kosten kunnen alleen aanzienlijk toenemen.
Wil je sowieso nog enkele jaren met een benzine- of hybride personenauto rijden? Dan kan een voertuig dat in 2026 daadwerkelijk vóór 1 januari 2027 ter beschikking wordt gesteld fiscaal aantrekkelijker zijn dan dezelfde situatie wanneer de auto pas in 2027 beschikbaar komt.
Tegelijkertijd loopt het overgangsrecht niet onbeperkt door. Vanaf 17 september 2030 kan de pseudo-eindheffing ook gaan gelden voor fossiele personenauto’s die eerder onder het overgangsrecht vielen.
Een langlopend contract dat in 2026 begint, is dus niet automatisch voor de volledige looptijd vrijgesteld.
Daarom zouden wij de keuze niet alleen baseren op “nog snel een benzineauto leasen”, maar kijken naar:
de gewenste gebruiksduur;
de cataloguswaarde;
het aantal voertuigen;
de verwachte kilometers;
laadmogelijkheden;
benzine-, onderhouds- en energiekosten;
de fiscale positie van jouw onderneming;
en het moment waarop de auto daadwerkelijk ter beschikking wordt gesteld.
Volledig emissievrije personenauto’s vallen buiten de pseudo-eindheffing.
Voor werkgevers die hun wagenpark voor meerdere jaren willen vernieuwen, kan dat een belangrijke reden zijn om een elektrische auto nadrukkelijk mee te nemen in de vergelijking.
Bij InMotion kun je direct het actuele aanbod elektrische auto’s via Financial Lease bekijken.
Daarbij kijken we niet alleen naar de auto zelf. Elektrisch rijden wordt vooral interessant wanneer het volledige plaatje klopt: aanschaf of lease, kilometrage, laadkosten en beschikbare laadinfrastructuur.
Daarom kunnen we ook helpen bij een laadpaal thuis of op het bedrijf.
Heb je momenteel fossiele leaseauto’s of ben je van plan dit jaar nieuwe voertuigen te bestellen? Dan is dit een goed moment om je wagenpark door te lopen.
Breng in ieder geval in kaart welke auto’s vóór 2027 al ter beschikking zijn gesteld, welke contracten binnenkort aflopen en welke nieuwe voertuigen mogelijk pas na 1 januari 2027 geleverd kunnen worden.
Vergelijk vervolgens voor nieuwe voertuigen niet alleen de maandelijkse leaseprijs, maar ook de mogelijke pseudo-eindheffing.
Een verschil van een paar tientjes in de leaseprijs kan immers klein worden tegenover een werkgeversheffing van honderden euro’s per maand.
De pseudo-eindheffing maakt de keuze tussen benzine, hybride en elektrisch vanaf 2027 een stuk belangrijker.
Wil je nog in 2026 een benzine- of hybride auto inzetten? Dan is het verstandig om rekening te houden met beschikbaarheid en levertijd. Wil je juist overstappen naar elektrisch? Dan kunnen we de verschillende mogelijkheden naast elkaar zetten.
Neem contact op met InMotion Lease en laat ons weten welke auto of welk wagenpark je voor ogen hebt. We denken met je mee over een leaseoplossing die past bij jouw bedrijf, budget en plannen voor de komende jaren.
Let op: fiscale wet- en regelgeving kan wijzigen en de gevolgen kunnen per situatie verschillen. InMotion Lease geeft informatie over lease en mobiliteit, maar geen individueel fiscaal advies. Laat specifieke fiscale gevolgen indien nodig beoordelen door je boekhouder of belastingadviseur.
De pseudo-eindheffing is een werkgeversheffing voor niet-volledig emissievrije personenauto’s die vanaf 1 januari 2027 door een werkgever voor het eerst aan een werknemer ter beschikking worden gesteld en ook voor privégebruik of woon-werkverkeer mogen worden gebruikt. Het tarief bedraagt 12% van de cataloguswaarde per jaar.
Ja. Ook hybride en plug-in hybride personenauto’s vallen in principe onder de pseudo-eindheffing, omdat zij niet volledig emissievrij zijn. Alleen personenauto’s waarvoor uit het kentekenregister een CO₂-uitstoot van 0 gram per kilometer blijkt, vallen buiten deze regeling.
De pseudo-eindheffing bedraagt 12% van de cataloguswaarde per jaar. Bij een auto met een cataloguswaarde van €40.000 betekent dit €4.800 per jaar. Bij een cataloguswaarde van €50.000 gaat het om €6.000 per jaar.
Er geldt overgangsrecht voor fossiele personenauto’s die vóór 1 januari 2027 voor het eerst door de werkgever aan een werknemer ter beschikking zijn gesteld. Deze vallen tot 17 september 2030 buiten de pseudo-eindheffing. Alleen het tekenen van een leasecontract in 2026 is niet per definitie voldoende: het moment van daadwerkelijke terbeschikkingstelling is belangrijk.
Financial Lease is op zichzelf niet bepalend. De pseudo-eindheffing kan gelden wanneer een werkgever via Financial Lease een fossiele personenauto aanschaft en deze aan een werknemer ter beschikking stelt voor privégebruik of woon-werkverkeer. De werkgever is dan degene voor wie de loonheffingsregels relevant zijn.
Een zzp’er of andere IB-ondernemer die zelf in zijn zakelijke auto rijdt, valt voor die auto niet onder de pseudo-eindheffing omdat er geen werkgever-werknemerrelatie met zichzelf bestaat. Andere fiscale regels, waaronder de regels rond bijtelling, kunnen uiteraard wel van toepassing zijn. Een DGA die via zijn BV een auto ter beschikking krijgt, kan wel met de pseudo-eindheffing te maken krijgen.
Ja, dat kan. Voor de pseudo-eindheffing wordt woon-werkverkeer expliciet als privégebruik aangemerkt. Dit wijkt af van de behandeling van woon-werkverkeer binnen sommige andere fiscale regels rondom de auto van de zaak.
De pseudo-eindheffing is een werkgeversheffing. Het is niet toegestaan om specifiek de lasten van deze heffing direct of indirect op de werknemer af te wentelen, bijvoorbeeld door hiervoor een hogere eigen bijdrage te vragen.
De regeling is gericht op personenauto’s, in het bijzonder voertuigen die als M1 zijn geclassificeerd. Een reguliere bestelauto met bijvoorbeeld een N1-classificatie valt daarom niet automatisch onder deze pseudo-eindheffing. Bij twijfel is de voertuigclassificatie op het kenteken bepalend.
Voor een fossiele personenauto die vóór 1 januari 2027 voor het eerst door de werkgever ter beschikking is gesteld, geldt overgangsrecht tot 17 september 2030. Vanaf die datum kan de pseudo-eindheffing ook voor deze bestaande auto’s verschuldigd worden.